Historie

Een schets van de geschiedenis van het Deskundigenbericht met toepassing van Mediation.
 
In 1975 is Hoefnagels als scheidingsbemiddelaar actief geworden. Zijn kritiek op het scheidingsproces via de twee advocaten, de procedure op tegenspraak, was en is fundamenteel van aard. De kritiek van Hoefnagels richt zich met name op het miskennen van het menselijk proces van scheiden. Het in goede banen leiden van de relationele aspecten van het scheidingsproces is van essentieel belang voor de toekomst van alle betrokkenen in het scheidingsproces. Hoefnagels onderstreept daarbij het belang van een methodische wijze van werken met de (ex)partners. Zijn onderzoek, verricht aan de Erasmus Universiteit in de jaren tachtig, toont het belang van de scheidingsmelding aan.[i]
Van Leuven, scheidingsbemiddelaar sinds 1990, deelt de kritiek van Hoefnagels inzake de echtscheiding op tegenspraak. Van Leuven heeft de positie van het ouderschap na scheiding en de positie van het kind daarbij nader onderzocht. Aan de hand van een door van Leuven ontwikkeld Zorgmodel, kunnen de ouders zelf, bij voorkeur onder begeleiding van een bemiddelaar, invulling geven aan de zorgtaken voor de kinderen.[ii] [iii]
 
Ter voorkoming dat partijen of hun kinderen in een echtscheiding ernstige, vaak blijvende schade oplopen zijn Hoefnagels en van Leuven tot de conclusie gekomen dat het navolgende model praktisch bruikbaar is voor mediation en onderzoek:

  • de (ex) partners worden tezamen uitgenodigd;
  • aandacht voor de geschiedenis, het verloop van de relatie, gezinnen van herkomst;
  • aandacht voor gedrag en communicatie (het gezinssysteem), zonodig bevorderen van aanpassing van gedrag en communicatie; hier worden technieken ingezet die zijn ontleend aan TA (Transactionele Analyse) en NLP (Neuroluinguistisch Programmeren);
  • aandacht voor de kwaliteit van de relatie: de scheidingsbeslissing wordt gewogen, er wordt ruimte gegeven voor het afscheid; hier is vaak plaats voor een ritueel, ontleend aan de zogenaamde “gezinsopstellingen”;
  • aandacht voor de zaken die onder de opdracht aan de deskundige vallen: het ouderschap, de invulling van het gezamenlijk gezag, omgang en financiële zaken;
  • het begeleiden van gesprekken en onderhandelingen tussen partijen;
  • het spreken met de kinderen;
  • evaluatie met de (ex) partners, ouders;
  • rapportage aan de rechter.

Het hiervoor genoemde model is experimenteel toegepast in zaken die reeds onder de rechter waren. De rechter heeft in een aantal zaken – volledig vastgelopen procedures – partijen verplicht doorverwezen naar een advocaat-mediator, psycholoog-mediator en, in financiële zaken, naar een accountant-mediator, met de opdracht tot mediation en rapportage. Hiermede was de basis van de forensische onderzoeksmethode, die tevens mediation (dus hulpverlening) aan partijen biedt, gelegd.[iv] [v] [vi] [vii]
Dit model dient als een voorbeeld. Andere methodes zijn denkbaar. Naast het hanteren van technieken als TA en NLP zijn binnen een methode ook andere technieken inzetbaar.
 
Het Gerechtshof ’s-Gravenhage past sinds 2004 de onderzoeksmethode toe in ingewikkelde financiële scheidingszaken. Geschillen omtrent verrekening of verdeling houden partijen lange tijd op uiterst negatieve wijze verbonden. Het hof maakt gebruik van de in de wet voorziene mogelijkheid een raadsheer-commissaris (bij de rechtbank: rechter-commissaris) te benoemen, die leiding geeft aan het deskundigenonderzoek. De benoemde deskundige in de financiële zaken is doorgaans een registeraccountant-mediator. Tijdens een R.C.-zitting wordt het plan van aanpak vastgesteld. Eén van de doelstellingen daarbij is dat de deskundige in goed overleg met beide partijen gaat inventariseren en vaststellen welke oplossingsrichtingen haalbaar zijn.
De kern van de problematiek is vaak de gebrekkige interactie en communicatie tussen partijen.
Door tevens mediationtechnieken in te zetten in dat traject ontstaat de kans de verhoudingen tussen partijen te verbeteren, terwijl tegelijkertijd het doel van het deskundigenonderzoek ook in beeld blijft: de rechter antwoord geven op de geformuleerde vragen, teneinde de overblijvende geschilpunten te beslissen.[viii] [ix]
Aan de universiteit van Utrecht is inmiddels onderzoek verricht naar de effecten van de methode. De eerste resultaten zijn belangrijk en positief te noemen.[x]
De Minister van Justitie staat positief tegen over het Deskundigenbericht met toepassing van Mediation als onderzoeksmethode. De Minister schaart het product in de eerste plaats onder de deskundigenprocedure als bedoeld in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, artikel 194 e.v. Het accent ligt wat Donner betreft op de berichtgeving aan de rechter. Zo bezien dient men te spreken van een onderzoeksmethode waarin tegelijkertijd ruimte is om te bemiddelen.[xi]
 

[i] Hoefnagels, G.P. Handboek Scheidingsbemiddeling, Kluwer Deventer 2004 2e druk;
[ii] Van Leuven C.A.R.M. Het gezamenlijk gezag van ouders na echtscheiding, een praktijkmodel, EB oktober
1998, nummer 10;
[iii] Van Leuven, C.A.R.M. en Hendriks, J.A.M. Kind in Bemiddeling, 2005 2e druk , Amsterdam SWP;
[iv] Hoefnagels, G.P. en Van Leuven, C.A.R.M. Forensische Mediation, EB februari 2003, aflevering 2;
[v] Labohm, A.N. Forensische Mediation, Tijdschrift voor Mediation, 2003, nummer 2;
[vi] Van Leuven, C. Forensische Mediation, ADR Actueel, november 2003, nummer 7;
[vii] Kooger, R. Forensische bemiddeling: eerste ervaringen, Tijdschrift voor Mediation, 2004, nummer 2;
[viii] Labohm A.N. en Dusamos A. De raadsheer-commissaris in het familierecht, EB januari 2005, nummer 1;
[ix] Van de Zanden, P. Accountant als deskundige, De Accountant, februari 2005
[x] Spruijt, E., Mos, M., Topper, G., van Vugt, R. en van Leuven, C.A.R.M. Onderzoek naar effecten van
   vrijwillige en forensische scheidingsbemiddeling EB, maart 2004, aflevering 3;
[xi] Brief Minister van Justitie aan Tweede Kamer van 14 september 2004;

Gevraagd

Indien u een collega zoekt om met u samen te werken, kan uw verzoek hier geplaatst worden.

Aangeboden

VVFM leden die op zoek zijn naar een collega om mee te kunnen lopen of een duo-benoeming:

Leden LOGIN

Secretariaat

mr. A. Rookmaker

020-3882928Bastenakenstraat 130 - 1066 JG Amsterdam